Arequipa & Colca Canyon

Zeeleeuwen en zandhappen
24 november 2019
Tortelduifjes, Spaanse les en wereldwonderen
25 januari 2020

[Speciaal voor Henny: extra uitgebreid ;-)]

Vanuit Paracas nemen we de bus naar Arequipa: qua inwoneraantal de tweede stad van Peru, gelegen in het zuiden. ’t Is een hobbelige rit van 15 uur met Spaanstalige tv op volume 1000 én migraine…da’s niet een heele fijne combi kan ik je vertellen. 😉 Maar de stoelen zijn heel comfortabel en het voelt net alsof je in het vliegtuig zit, inclusief eten (of nouja, iets wat er op lijkt) en een stewardess aan boord. Omgeving is ook mooi, veel weidse woestijn-uitzichten. We passeren ook Nazca, waar veel mensen een tussenstop maken voor de beroemde ‘Nazca Lines’, een gebied met mysterieuze lijntekeningen in het landschap die je het best vanuit het vliegtuig kan bekijken. Vast ook de moeite waard, maar je kan nou eenmaal niet alles zien, dus wij gaan door.. 🙂

Arequipa blijkt een super mooie stad, vol met prachtige witte gebouwen (vandaar ook de bijnaam ‘la Ciudad Blanca‘) en omringd door bergen en vulkanen. De eerste dag lopen we lekker rond door de stad, en rond zonsondergang spreken we af met Seth bij het Santa Catalina klooster – één van de grootste kloosters ter wereld waar honderden jaren lang meer dan 400 nonnen hebben gewoond. Het is heel bijzonder om er rond te wandelen, de muren zijn geschilderd in prachtige kleuren, en overal vind je bloemetjes en kaarsjes. De verschillende straatjes zijn vernoemd naar Spaanse steden. Wel echt de moeite van een bezoekje waard! De volgende dag doen we een 2,5 uur durende free tour door de stad, inclusief bezoekje aan een soort lama-/alpacaboerderij. Echt super schattig, die beestjes. Minder schattige beesten zijn de hele kleine, mega agressieve muggen die vooral Reinder z’n benen nogal smakelijk vinden…de halve tour gaat aan hem voorbij omdat ‘ie wordt belaagd door die beesten. En de halve tour gaat aan mij voorbij omdat ik in m’n ooghoek Reinder steeds als een halve wilde om ‘m heen zie slaan. 😉 (Eerst denk ik nog ‘ah joh, laat gaan, valt wel mee’…twee nachten later liggen we letterlijk de hele nacht wakker van de INTENSE jeuk. Echt niet normaal, echt nog nooit zoveel jeuk gevoeld.) Nouja, terug naar Arequipa. Prachtige stad dus, leuke tour, het typische kaas-ijs (zonder kaas) geproefd en we eindigen ergens op een dakterras met heel mooi uitzicht over de stad. Die avond gunnen we onszelf een ‘chique diner’, samen met Seth. Dat houdt zo ongeveer in dat je in plaats van gefrituurde kip met rijst voor 3 euro een heerlijk stuk biefstuk eet voor 15 euro. Alsnog goedkoop voor Nederlandse begrippen, en we hadden echt het gevoel in een sterrenrestaurant te zitten. Het toetje maakte het feest af; alles was echt heeeerlijk. 🙂

Bagage kwijt & houtovenpizza’s

Die avond zeggen we Seth gedag, en de volgende ochtend stappen we in de bus richting onze volgende bestemming: Cabanaconde. De meeste mensen pakken vanuit Arequipa de bus om 3 uur ’s nachts, omdat je dan ’s ochtends vroeg langs een uitzichtpunt rijdt vanwaar je condors kan zien, en je dan ook direct bij aankomst van start kunt met een wandeling in de Colca Canyon – de belangrijkste reden om überhaupt die kant op te gaan. Wij zijn niet zo heeel erg fan van midden in de nacht opstaan en gelukkig vinden we een andere busmaatschappij die om 11.00 vanuit Arequipa vertrekt, en ons netjes begin van de avond in Cabanaconde afzet. Of nouja, netjes, als je het feit dat halverwege de rit het bagagevak van de bus ineens openschiet en onze bagage met volle snelheid op de weg valt even vergeet… Gelukkig zien mensen achterin de bus het gebeuren, die uiteindelijk (na wat als heeel lang voelde, haha) de chauffeur weten te waarschuwen. Toch rijden we door (op volle snelheid).. heeeel even lijkt het erop dat ze de verloren bagage gewoon laten voor wat het is? Uiteindelijk stoppen we ergens en op één of andere wonderlijke manier worden 5 minuten later al onze tassen en koffers gebracht. Pas in Cabanaconde zelf zien we dat de hoezen van onze tassen volledig gehavend en gescheurd zijn, en ook onze tassen zelf zijn beschadigd. Gelukkig nog wel bruikbaar en gelukkig zaten de hoezen eromheen én gelukkig zagen die mensen in de bus het überhaupt gebeuren, anders waren we onze tassen waarschijnlijk gewoon kwijt geweest..

Cabanaconde is een heel klein, gemoedelijk plaatsje op 3300 meter. We slapen in een guesthouse waar ik echt helemaal in m’n element ben. 🙂 Super leuke plek, inclusief schattig restaurantje met brandende houtoven waar recht voor je neus verrukkelijke pizza’s in worden gebakken, fijn muziekje erbij, kaarsjes, spelletjes, en als kers op de taart een dakterras met chille banken en plantjes en uitzicht over de bergen. We genieten van een prachtige zonsondergang, daarna van een heerlijke pizza en stippelen de route uit voor de komende dagen. De Colca Canyon is één van de diepste canyons ter wereld – twee keer zo diep als de Grand Canyon. We zullen een tocht van in totaal drie nachten door deze canyon maken. Super veel zin in!

Colca Canyon, dag 1: Cabanaconde – Llahuar

De volgende dag mogen we op pad! In onze backpacks alleen de spullen die we nodig hebben voor het lopen/overnachten plus water en eten, de rest laten we (gelukkig) achter. Zodra we het guesthouse verlaten komen we middenin een fanfare terecht. Diezelfde fanfare die we gister tot in de late uurtjes door het dorp hoorden oefenen gaat nu, de volgende ochtend om 8 uur, weer vrolijk verder. Ze nemen hun taak in ieder geval heeul serieus.

De eerste dag lopen we vanaf Cabanaconde naar Llahuar, een tocht van ongeveer 15 kilometer waar je in totaal 1300 meter daalt. Het eerste uurtje van de tocht is nog lekker vlak, en we hebben gezelschap van een super lief hondje. De natuur is echt prachtig, we komen vrijwel niemand anders tegen en het is heerlijk om weer lekker in de bergen te lopen! De afdaling die daarna volgt is best pittig, aangezien ik het stiekem haat om op paden met losse steentjes te moeten afdalen (ik kan dus echt niet tegen dat gevoel steeds bijna onderuit te glijden, dus dan ga ik mezelf altijd heel erg tegenhouden – Reinder daarentegen sjeest natuurlijk half glijdend die berg af ;-)). De knieën hebben het wel wat zwaar te verduren en ik voel de eerste blaren al ontstaan. Maar: de route is elke seconde prachtig en soms zelfs te mooi om waar te zijn. En dat is allltijd alles waard!

Het laatste stuk moeten we weer een stukje stijgen. Niet heel steil, maar de zon schijnt fel en er komt een dikke vette onweerswolk binnendrijven, waarop Reinder aangeeft dat we écht moeten doorlopen als we voor het onweer binnen willen zijn. Ik vind onweer best wel eng (zeker in de bergen), dus voor mijn gevoel moet ik half rennend die berg op, maar dat gaat op een gegeven moment toch even mis. Ik word echt super duizelig en kan amper nog een stap zetten.. niet zo fijn met die dreigende onweerswolken vlak boven je. Gelukkig helpt het om even wat suiker te eten en Reinder draagt een stukje m’n tas de berg op. Held. We komen veilig en droog in Llahuar aan. En de onweerswolken blijken natuurlijk geen onweerswolken… 🙂 In Llahuar hebben we een simpele maar fijne lodge om te slapen. Voldaan ploffen we in de hangmatten met uitzicht op de prachtige rivier, (lauw) colaatje erbij, proost!…. Om vervolgens letterlijk 1 minuut daarna de eerste muggen op onze benen te ontdekken. Afgelopen nacht hebben we dus bijna geen oog dicht gedaan door de jeuk, dus we springen allebei super spastisch uit de hangmatten, terug onze kamer in. Nou, daar zit je dan…haha. We hangen nog heel even in een soort van gekunstelde hot spring rond, maar de rest van de dag sluiten we ons op om die vervelende muggen geen kans te geven. 😉 Ach, ook best lekker, beetje op bed hangen, kaarten, boek lezen. ’s Avonds eten we met een aantal anderen en daarna duiken we lekker ons bed in. Elektriciteit gaat uit na 21.00 (hebben wel een kaarsje op de kamer, gezelligg) en je bent sowieso best moe van het lopen, dus lekker vroeg slapen!

Colca Canyon, dag 2 & 3: Llahuar – Sangalle – Cabanaconde

De volgende dag lopen we in zo’n 5 uur vanaf Llahuar naar Sangalle, waarvan het eerste deel vooraf flink stijgen is, en het laatste deel weer lekker steil naar beneden (niet zo efficiënt he, dat lopen in de bergen). Onderweg lopen we door een paar dorpjes waar verder niet echt veel te beleven is, maar wel heel leuk om te zien hoe ze hier wonen! Tijdens de afdaling naar Sangalle lopen we nog langs een supermooie waterval, om uiteindelijk aan te komen bij ons verblijf voor die avond. De beloning voor het lopen is fijn: het is een prachtige plek tussen de rotsen, met een heerlijk zwembadje tussen de bomen. Yes, tijd voor een duik! Maaaaar helaas, ook hier weten de muggen ons letterlijk direct te vinden. Waar andere mensen gewoon in zwemkleding liggen te chillen op het gras, word ik zelfs in m’n gezicht gestoken – omdat dit het enige lichaamsdeel is dat nog uit het water steekt. Het lijkt er op dat de muggen ons nogal aantrekkelijk vinden… Aangezien de bulten dus echt jeuken is het echtttt niet fijn om nog meer gestoken te worden, dus ook hier chillen we de rest van de dag op onze kamer. Ach, het gaat uiteindelijk om het lopen en tijdens het lopen hebben we geen last van de muggen, dus helemaal prima. 🙂 Ik had in de recensies van de accommodatie gelezen dat ze ’s avonds altijd spaghetti serveren (het is op deze plekken eten wat de pot schaft, lekker makkelijk) en na alle borden rijst en het vele lopen verheug ik me heeel erg (ok, misschien iets te veel :p) op een flink bord pasta. Maar: wij hebben een tweepersoonskamer geboekt, in tegenstelling tot alle andere mensen, die vooral in grote groepen een georganiseerde tour lopen en slaapruimtes delen. Zo’n privé-kamer kost alsnog maar 10 euro voor ons tweeën, maar we krijgen een ware VIP-behandeling. Een eigen tafel, een thermoskan met thee, en…een speciaal diner. Dus terwijl er zo’n 50 borden spaghetti worden uitgedeeld, krijgen wij, hoe origineel: kip met rijst. Ik moet even omschakelen en we krijgen er zelfs even een discussie over (ik vind spaghetti gewoon heeeel lekker! Haha) maar het eten smaakt natuurlijk heerlijk. En als dank voor mijn compleet zinloze/genante gezeur krijgen we na ons bord rijst..ook nog een bord spaghetti toe. Mmm…zeuren helpt? Nee hoor. Ik zal me gedragen voortaan. 😀

De volgende dag is het tijd voor de klim omhoog: vanaf Sangalle terug naar Cabanaconde. Een klim van in totaal 1300 omhoog, in ongeveer 3-4 uur tijd. Eigenlijk klim je gewoon vanaf de voet van de berg in 1x terug naar de top. We ontbijten om 7.30 en het is verder uitgestorven – alle georganiseerde tours starten deze klim om 4.30 ’s nachts om de hitte voor te zijn. Zonder ontbijt, die krijgen ze pas boven. Echt gekkenwerk, zo heet is het nou ook weer niet en ik kan me echt niet voorstellen dat ik zonder ontbijt die klim zou moeten maken… Rond een uur of 8.30 gaan we lekker op ons eigen tempo van start. Het is vanaf het eerste moment steil en pittig, zeker omdat we wederom worden belaagd door de muggen. Op een gegeven moment vliegen er wel 20 om me heen, en zodra ik even stil sta gaan ze op me zitten. Hierdoor moet ik voor mijn gevoel sneller lopen dan ik eigenlijk kan en ik spuit al lopende een hele fles deet op me leeg. Zweet en deet, dat moet lekker geroken hebben. 😉 Na 1,5 uur in ’t gezelschap van die monsters vind ik het toch wel apart dat ze niet steken, en oppert Reinder dat deze specifieke beestjes misschien wel eens vliegjes zouden kunnen zijn in plaats van muggen. Mm, dat zou zomaar eens waar kunnen zijn. En dat loopt toch wel iets relaxter… Met af en toe een korte pitstop voor water of wat eten komen we 3,5 uur later aan op de top van de berg – yessss, we did it! En ook nog eens 2 condors gespot tijdens het lopen, heel tof! Vanaf de top is het nog zo’n 40 minuten teruglopen naar Cabanaconde en omdat we toch lekker de tijd hebben slapen we die nacht in hetzelfde guesthouse. We trakteren onszelf op een heerlijke lunch, taart, en chillen daarna op het fijne dakterras.

De volgende ochtend nemen we de bus terug naar Arequipa. De toeristen-bus dit keer, waar we onderweg nog stoppen bij een aantal uitzichtpunten, een hot spring en in het plaatsje Chivay, waar we nog een klein uurtje hebben om daar even doorheen te wandelen. Heel mooi plekje en ook leuk om even gezien te hebben!

In Arequipa boeken we weer een paar nachtjes in hetzelfde hotel en die avond proosten we met Jelmer en Rianne (die we in Paracas hebben ontmoet, overbuurman Woudstra uit Stiens) op Rianne haar 30e verjaardag! Leuk om hen ook weer even te zien. 🙂

Next stop: Lake Titicaca

Na twee nachtjes Arequipa weer tijd om door te gaan! Next stop: het Titicacameer. Hoewel we na alle wisselende verhalen wel even twijfelen of we hier wel naartoe moeten (ook omdat we eigenlijk via het meer naar Bolivia wilden reizen en dit meer aan de kant van Bolivia heel mooi schijnt te zijn) besluiten we de gok toch te nemen. We vinden een hele mooie accommodatie ergens op een afgelegen plekje, direct aan het meer. Twee nachtjes worden geboekt, en de volgende ochtend nemen we vanaf Arequipa de bus naar Puno. In Puno slagen we er in om de lokale bus naar Capachica te vinden, en vanaf daar is het nog maar een klein stukje naar onze eindbestemming: Llachón, een heel klein dorpje op 3950m hoogte. Maar daarover meer de volgende keer.. Liefs!